Anatomie begrijpen
Waarom de achterwaartse knik in de achterpoot geen knie is maar de enkel van uw hond
Complete gids voor eigenaren van honden met een aandoening aan het spronggewricht, van diagnose tot herstel

Waarom de achterwaartse knik in de achterpoot geen knie is maar de enkel van uw hond
Van OCD bij jonge honden tot botbreuken, bandletsel en een doorzakkend gewricht
Vier fasen van bescherming naar onderhoud, met duidelijke doelen per periode
Waarom te lang stilzitten net zo schadelijk is als te vroeg belasten

Dierenverzorger & Trainer
Ervaren dierenverzorger met passie voor gedragstraining en conditieopbouw bij honden.
Het spronggewricht is het gewricht halverwege de achterpoot, op de plek waar bij u de enkel zit. Dierenartsen noemen het de tarsus. Het verbindt het scheenbeen met de middenvoetsbeentjes en zorgt ervoor dat uw hond kan afzetten bij het lopen en springen. Van buitenaf ziet u het als de scherpe knik in de achterpoot.
Dat heet een plantigrade stand. Het spronggewricht zakt dan door, waardoor de hele voet plat op de grond komt in plaats van alleen de tenen. Dit wijst meestal op instabiliteit van de banden aan de achterkant van het gewricht. Laat dit altijd nakijken, ook als uw hond weinig pijn lijkt te hebben.
Nee. Botbreuken en scheurwonden komen meestal door trauma, zoals een aanrijding. Maar OCD is een ontwikkelingsprobleem dat al bij jonge honden ontstaat, en de doorgezakte stand bij collies komt door een langzame slijtage van de banden zonder duidelijke aanleiding.
Ja. Bij OCD van het spronggewricht zien dierenartsen vaak al vroeg tekenen van artrose, ook bij honden van nog geen jaar oud. Het beschadigde kraakbeen zet een slijtageproces in gang dat niet stopt na de operatie.
Honden verbergen pijn goed. Let op kreupelheid die erger wordt na rust, minder zin in springen of traplopen, likken aan het gewricht, en terugtrekken van de poot als u hem aanraakt. Een dikker aanvoelend gewricht is ook een signaal.
Nee, dat is juist typisch. Bij kleine botbreukjes in het gewricht en bij beginnende artrose wisselt de kreupelheid mee met de belasting. Na een lange wandeling of een dag spelen ziet u het duidelijker dan na een rustige dag.
Bij artrose in het gewricht raakt het gewrichtsvocht 's nachts minder goed verdeeld. Na het opstaan duurt het even voordat het gewricht weer soepel beweegt. Als de stijfheid binnen tien minuten wegtrekt, is dat een bekend patroon. Blijft het langer, meld dat dan bij uw dierenarts.
Dat hangt af van de aandoening. Botbreuken in het gewricht en scheuren van de banden vragen bijna altijd een operatie, omdat de botdelen precies op hun plaats moeten komen. Bij lichte artrose of een klein OCD-fragment kan uw dierenarts eerst een niet-operatieve aanpak voorstellen.
Bij een arthrodese zet de chirurg het gewricht blijvend vast, zodat het niet meer beweegt. Dit gebeurt alleen als het gewricht zo beschadigd is dat herstellen niet meer lukt. Uw hond loopt daarna niet meer helemaal normaal, maar wel comfortabel en zonder pijn uit dat gewricht.
Niet helemaal. Het gewricht buigt niet meer mee, dus u ziet een iets stijvere pas in die poot. Het goede nieuws: gewrichten lager in de poot geven na een vastzetting een beter resultaat dan gewrichten hoger in de poot, en het spronggewricht hoort bij die eerste groep.
Bij een vastzetting gaat het meestal om zes tot acht weken, totdat op de foto te zien is dat het bot echt vastgegroeid is. Bij een bandherstel is drie weken vaak genoeg. Uw dierenarts bepaalt dit op basis van de controlefoto's, niet op basis van de kalender.
Het spronggewricht vangt bij elke afzet veel kracht op. Een herstelde band of een geplaatste schroef houdt die kracht in het begin nog niet. Vrij rennen, draaien en springen zijn precies de bewegingen die het herstel kunnen ondermijnen.
Alleen als uw dierenarts of fysiotherapeut u dat heeft geleerd en heeft gezegd dat het mag. Buigen en strekken in de rechte lijn is meestal goed. Bewegingen waarbij u de poot naar binnen of naar buiten kantelt, belasten juist de banden die moeten genezen.
Ja. De gewrichten boven het gips, dus de knie en de heup, kunt u wel soepel houden. Dat scheelt veel bij de opbouw straks. Vraag uw dierenarts of het gips regelmatig af mag voor oefeningen.
Reken op enkele maanden. Bij een botbreuk of vastzetting duurt alleen al het vastgroeien zes tot acht weken, en daarna volgt de opbouw van spierkracht en beweging. Hoe snel het gaat, hangt af van de aandoening, de leeftijd en het gewicht van uw hond.
Zwemmen is een goede oefening zodra de wond helemaal dicht is en uw dierenarts groen licht geeft. Bij een open wond of een scheurwond mag het absoluut niet, omdat het water de wond kan besmetten.
Bel bij plotselinge zwelling, een wond die gaat lekken of stinken, koorts boven 39,5 graden, als uw hond de poot ineens helemaal niet meer wil belasten, of als het gips nat, verschoven of te strak is geworden.
Bel dezelfde dag. Signalen zijn koude of gezwollen tenen, likken en bijten aan de rand van het gips, of een hond die ineens onrustig is. Een knellend gips kan in korte tijd echte schade geven, dus wacht hier niet mee.
Ja, dat wilt u voorkomen. Likken brengt bacteriën in de wond en kan de hechtingen losmaken. Gebruik een kraag of een hersteljasje. Als uw hond blijft likken op één plek ondanks de kraag, laat de wond dan nakijken.
Bij OCD is de kans op artrose groot, ook na een geslaagde operatie. Bij een goed herstelde botbreuk is de kans kleiner. Voor beide geldt: een slank gewicht en regelmatige, gelijkmatige beweging maken het verschil voor de jaren daarna.
Elke extra kilo komt bij iedere stap op het gewricht terecht. Bij een gewricht dat al beschadigd is, versnelt dat de slijtage. Afvallen is bij artrose een van de weinige maatregelen die zowel de pijn als het verdere verloop gunstig beïnvloeden.
Bij een goed genezen botbreuk vaak wel, in overleg met uw dierenarts. Na een vastzetting of bij gevorderde artrose is springen en scherp draaien geen goed idee meer. Wandelen, zwemmen en zoekspelletjes blijven altijd mogelijk.
Download Vet Fysio en volg deze cursus stap voor stap met je hond.