Anatomie begrijpen
Hoe het schoudergewricht werkt en waarom het zo kwetsbaar is
Complete gids voor eigenaren van honden met schouderproblemen, van diagnose tot volledig herstel

Hoe het schoudergewricht werkt en waarom het zo kwetsbaar is
Leer het verschil tussen OCD, peesproblemen en instabiliteit en wat dat betekent voor de behandeling
Praktische oefeningen voor elke fase van de revalidatie
Met de juiste zorg en spiertraining kan uw hond weer comfortabel functioneren

Dierenverzorger & Trainer
Ervaren dierenverzorger met passie voor gedragstraining en conditieopbouw bij honden.
Ja, de meeste schouderproblemen veroorzaken pijn. Het schoudergewricht is een van de meest belaste gewrichten van uw hond, omdat de voorpoten ongeveer 60 procent van het lichaamsgewicht dragen. Honden laten pijn vaak subtiel zien: ze worden stiller, lopen stijf na rust, of willen minder ver wandelen. Soms ziet u dat uw hond korter stapt met het aangedane been of het hoofd omhoog gooit bij het neerzetten van de voorpoot.
Dat hangt af van de oorzaak. Een lichte peesontsteking kan met rust verbeteren. Maar structurele problemen zoals OCD (een los stukje kraakbeen in het gewricht) of instabiliteit genezen niet vanzelf. Zonder behandeling verergeren deze problemen en ontstaat er artrose. Hoe eerder de juiste diagnose wordt gesteld, hoe beter de vooruitzichten.
OCD staat voor osteochondritis dissecans. Tijdens de groei verloopt de omzetting van kraakbeen naar bot niet goed op een bepaalde plek in het schoudergewricht. Daardoor ontstaat een los stukje kraakbeen, een zogenaamde "flap". Dit losse stukje irriteert het gewricht bij elke beweging, vergelijkbaar met een steentje in uw schoen. OCD wordt meestal behandeld met een kijkoperatie (artroscopie) waarbij het losse stukje wordt verwijderd.
OCD komt vooral voor bij grote en middelgrote rassen die snel groeien: Labrador Retrievers, Golden Retrievers, Duitse Herders, Berner Sennen, Rottweilers en Newfoundlanders. Peesproblemen (zoals supraspinatus tendinopathie) komen bij alle rassen voor, maar vooral bij actieve en sportieve honden. Kleine rassen kunnen ook schouderproblemen krijgen, maar dat is minder gebruikelijk.
OCD ontwikkelt zich tijdens de groei, meestal tussen 4 en 8 maanden oud. Klachten worden vaak zichtbaar rond 6 tot 12 maanden. Peesproblemen en instabiliteit kunnen op elke leeftijd voorkomen, maar worden vaker gezien bij volwassen en oudere honden, vooral na overbelasting of een trauma.
Bij OCD met een los kraakbeenflap is een operatie vrijwel altijd nodig. Het losse stukje moet verwijderd worden om verdere schade te voorkomen. Bij ernstige schouderinstabiliteit kan een operatie de gewrichtsbanden herstellen of verstevigen. Bij peesproblemen (tendinopathie) is een operatie meestal niet nodig. De meeste peesaandoeningen reageren goed op rust, aangepaste beweging en fysiotherapie.
De meest voorkomende ingreep is artroscopie (een kijkoperatie). Via kleine incisies wordt een camera in het gewricht gebracht. Bij OCD wordt het losse kraakbeenflap verwijderd en het onderliggende bot gladgeschaafd. Bij instabiliteit kunnen de gewrichtsbanden via artroscopie of een open operatie worden hersteld. De techniek hangt af van het type en de ernst van het probleem.
Bij OCD is de prognose goed: 85 tot 90 procent van de honden verbetert significant na artroscopie, mits het probleem vroeg wordt aangepakt. Bij peesproblemen herstelt het merendeel goed met conservatieve behandeling en fysiotherapie. Bij instabiliteit zijn de resultaten wisselender en hangt het af van de ernst en de gekozen behandeling.
Na een artroscopie voor OCD duurt het volledige herstel gemiddeld 8 tot 12 weken. De eerste 2 weken zijn strikte rust nodig. Daarna begint geleidelijke opbouw van beweging en oefeningen. De meeste honden functioneren weer goed na 6 tot 8 weken. Volledige spieropbouw en terugkeer naar normaal activiteitenniveau duurt 3 tot 4 maanden.
Honden met schouderpijn zijn soms terughoudend omdat beweging oncomfortabel is. Probeer de oefeningen na de pijnmedicatie (wanneer die optimaal werkt), gebruik extra lekkere beloningen, houd sessies kort (5 minuten), en maak het speels. Als uw hond consequent weigert, kan de pijn onvoldoende onder controle zijn. Bespreek dit met uw dierenarts.
Nee. De spieren rond de schouder zijn essentieel voor de stabiliteit van het gewricht. Anders dan bij de knie of elleboog heeft de schouder geen sterke botstructuur die het gewricht op zijn plek houdt. De schouder wordt grotendeels gestabiliseerd door spieren en pezen. Zonder sterke spieren is het gewricht kwetsbaar voor hernieuwd letsel.
Signalen van overbelasting: meer manken na de oefening dan ervoor, stijfheid de volgende ochtend, weigeren om te oefenen, likken aan de schouder, of warmte ter hoogte van het gewricht. Bij deze signalen: verminder de intensiteit met de helft en overleg met uw dierenarts. De "volgende-dag-regel" is uw beste maatstaf: als uw hond de dag na de oefeningen slechter loopt, was het te veel.
Traplopen is belastend voor de schouders, vooral trap af. Bij het trap aflopen vangt de schouder een groot deel van het lichaamsgewicht op. De eerste 4 weken na operatie is traplopen verboden. Draag uw hond (als dat kan) of gebruik een looplat. Vanaf week 5 tot 6 kunt u voorzichtig beginnen met enkele treden.
De meeste honden kunnen na volledig herstel weer goed bewegen. Vermijd echter herhaaldelijk bal gooien (de plotselinge rembeweging belast de schouder zwaar), scherpe bochten, en springen van hoogte. Zwemmen is de beste levenslange activiteit. Het belast de gewrichten minimaal terwijl de spieren sterk blijven.
Bij OCD en instabiliteit is enige mate van artrose waarschijnlijk. De kraakbeenschade die al is opgetreden, kan niet volledig herstellen. Vroege behandeling en goede revalidatie vertragen het artrose-proces. Met gewichtsbeheersing, regelmatige beweging en eventuele supplementen kan uw hond ondanks artrose nog jaren comfortabel leven.
Bij OCD is in ongeveer 30 tot 50 procent van de gevallen ook de andere schouder aangedaan. Uw dierenarts zal daarom altijd beide schouders onderzoeken, ook als uw hond maar aan een kant mank loopt. Het is belangrijk om dit vroeg vast te stellen, omdat de behandeling dan kan worden afgestemd op beide schouders.
Niet per se. Veel honden doen het goed met gewichtsbeheersing en aangepaste beweging na volledig herstel. Sommige honden hebben periodiek ontstekingsremmers nodig, vooral bij artrose-opvlammingen. Uw dierenarts kan adviseren over gewrichtssupplementen zoals glucosamine en chondroitine. Het doel is altijd om medicatie zo laag mogelijk te houden.
Gewichtsbeheersing is belangrijk bij schouderproblemen. De voorpoten dragen 60 procent van het lichaamsgewicht. Elk extra kilo betekent extra belasting op de schouders. Houd uw hond op een gezond gewicht. U moet de ribben kunnen voelen met lichte druk. Tijdens de rustperiode na operatie heeft uw hond minder calorieën nodig omdat hij minder beweegt.
Professionele fysiotherapie is niet strikt noodzakelijk, maar wel aan te bevelen, zeker bij ernstige gevallen of na een complexe operatie. Een fysiotherapeut heeft toegang tot apparatuur zoals een onderwaterloopband en kan een gepersonaliseerd plan maken. Deze cursus geeft u de basis om thuis aan de slag te gaan.
De schouder is een kogelgewricht (bal-en-kom), de elleboog een scharniergewricht. De schouder kan in meerdere richtingen bewegen, de elleboog vooral buigen en strekken. Doordat de schouder zo beweeglijk is, wordt het gewricht vooral door spieren en pezen op zijn plek gehouden. Bij de elleboog is de botstructuur stabieler. Dit maakt schouderrevalidatie anders: spiertraining is extra belangrijk.
Download Vet Fysio en volg deze cursus stap voor stap met je hond.